Granada en het Alhambra, die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het is zeer waarschijnlijk dat het Moorse paleis op de heuvel je eerst kennismaking met de stad is. Er zijn genoeg Nederlandstalige gidsen die je er in alle talen van alles over kunnen vertellen, maar op eigen houtje verkennen - al dan niet met oortelefoon - kan ook. Koop wel bijtijds een online entreekaartje anders heb je het nakijken en is je reis voor niks.

Na je bezoek aan het indrukwekkende en laatste Moorse bolwerk - reken op minimaal een halve dag - stap je voor een paar euro in een taxi naar het oude centrum. Afdalen te voet kan ook. Daar wacht je de oude binnenstad met het Albaícín, de oude Moorse wijk, met een wirwar van straatjes, winkeltjes, pleintjes, tapasbars, galeries, markten, terrasjes, restaurantjes en souvenirs. Veel straatjes hebben hebben hun oude Moorse charme behouden en zijn vooral 's avonds een romantisch openluchtmuseum. 

Lekker eten in Granada

Overal in de wijk en ook in Realejo vind je leuke restaurantjes, tapasbarretjes en eettentjes. De kaart is doorgaans een mix van typisch Spaans met Arabische invloeden. Het leukste is om net zoals de Spanjaarden van tapasbar naar tapasbar te slenteren en telkens een of meer gerechtjes te proeven. En na afloop rook je een waterpijp met thee en wat lekkers in één van de Arabische theehuizen aan de Calle Elvira.  Als je een keer helemaal los wilt, is restaurant La Fabula een aanrader. Bij Las Tomasas heb je vanaf je dinertafel een prachtig uitzicht op het Alhambra, romantiek ten top.