
Vanaf welke kant je ook in Ronda komt aanrijden, de weg er naar toe is altijd mooi. Tja, en als je er eenmaal bent, ga je natuurlijk eerst naar het El Tajo ravijn en de plaatselijke brug erboven, de Puente Nuevo. De El Tajo is maar liefst 160 meter diep en was daardoor ooit een geliefde ´springplank´ voor de levensmoede medemensen onder ons. El Puente Nuevo zagen we voor het eerst op een miezerige winterdag. We waren toen vooral gefascineerd door het arbeidershuisje op de benedenhelling. Rook dwarrelde uit de schoorsteen en we vroegen ons af: wie zou daar nou wonen? Nadat we ook de Plaza de Toros hadden gezien vonden we het welletjes en keerden huiswaarts.
Wat we die eerste keer allemaal hadden gemist ontdekten we de tweede keer, nu op een prachtige najaarsdag. We bezochten het oude stadsdeel en begrepen toen ook waarom Hemingway, Rilke en al die andere beroemdheden hun hart hadden verpand aan romantisch Ronda.
Natuurlijk de Puente Nuevo, maar ook de Plaza de Toros, één van de oudste stierenvechterarena´s van Spanje. Maar ook het oude stadsdeel dat een openluchtmuseum is op zichzelf, en dat daarnaast diverse kleine musea herbergt.
Leuk
De terrasjes in de oude stad. De vele kunst(zinnige) winkeltjes, waar je soms leuke zomerjurkjes, handgeborduurde tafelkleden en nog veel meer snuisterijen kunt kopen van redelijk niveau en prijs en kwaliteit. Het Bandoleromuseum over struikrovers en het jachtmuseum (Caza). Museum Lara, dat een rariteitenkabinet herbergt maar ook folterwerktuigen ten tijde van de Inquisitie, een heksenhoek en een ruimte waar drie avonden per week flamencovoorstellingen worden gegeven.
Als je in Ronda bent smaakt alles, maar in een authentiek Spaans ogende tapasbar zit je altijd goed. Bijvoorbeeld bij Almocábar, aan de Calle Ruedo Alamdeda. Goed ontbijten kun je onder andere bij Chocolat aan de Calle de Sevilla, ze hebben er ook lekker gebak. Albacara aan de Calle Tenorio is één van de beste restaurants van de stad, het is ondergebracht in het Montelirio hotel aan de rand van de kloof.
Internet: ronda

Hoffelijke struikrover
In het begin van de 19e eeuw was de streek rond Ronda het domein van Bandoleros, vaak door armoede gedreven struikrovers. Eén van de beroemdste struikrovers uit die tijd was“El Tempranillo”, een knappe jongeling en een echte gentleman tegenover zijn slachtoffers. Zo hielp hij dames bij het uitstappen van de koets, gaf ze een kushand en plaatste ze in de schaduw. Hij stal geen juwelen van emotionele waarde en liet altijd wat geld achter zodat de gedupeerde achterblijvers het volgende dorp konden bereiken. In 1833 is hij in Alameda op 28-jarige leeftijd door zijn (waarschijnlijk jaloerse) oud-collega Barberillo vermoord.